Hoe Neurogrammind is ontstaan
In de Koerdische taal Kurmanji wordt elke linguïstische persoonlijkheid in een gesprek weergegeven door twee verschillende voornaamwoorden in de eerste persoon. Elk van deze voornaamwoorden heeft zijn eigen unieke kenmerken en expressieve mogelijkheden. Zo wordt de eerste persoon enkelvoud niet weergegeven door slechts één vorm van “ik”, maar door twee: wat ik het Eerste Zelf en het Tweede Zelf noem.
Toen ik deze twee voornaamwoorden vergeleek met Freuds klassieke psychoanalytische structuren—namelijk het Id en het Ego—merkte ik iets opmerkelijks: deze voornaamwoorden worden gestuurd door zeer specifieke en complexe grammaticale regels die hen verschillende cognitieve en functionele eigenschappen geven. Elk voornaamwoord lijkt te werken met een ander gevoel voor tijd, emotie en handeling, wat wijst op een onderliggende structuur die zowel taalkundig als psychologisch is.
Deze ontdekking bracht mij ertoe de neurale basis van deze functies te onderzoeken. Ik begon te bestuderen hoe deze grammaticale patronen en voornaamwoordstructuren in de hersenen worden verwerkt en welke gebieden daarbij betrokken zijn. Uiteindelijk leidde deze zoektocht tot het identificeren van neurotransmitters die mogelijk een rol spelen in deze dynamische interacties tussen taal en cognitie.
Zo ontstond de Neurogrammind-theorie: op het snijpunt van taal, psychologie en neurowetenschap—een nieuw model om te begrijpen hoe onze geest spreekt, denkt en het zelf waarneemt via grammatica.
Enzar Sharif Salih
In de Koerdische taal Kurmanji wordt elke linguïstische persoonlijkheid in een gesprek weergegeven door twee verschillende voornaamwoorden in de eerste persoon. Elk van deze voornaamwoorden heeft zijn eigen unieke kenmerken en expressieve mogelijkheden. Zo wordt de eerste persoon enkelvoud niet weergegeven door slechts één vorm van “ik”, maar door twee: wat ik het Eerste Zelf en het Tweede Zelf noem.
Toen ik deze twee voornaamwoorden vergeleek met Freuds klassieke psychoanalytische structuren—namelijk het Id en het Ego—merkte ik iets opmerkelijks: deze voornaamwoorden worden gestuurd door zeer specifieke en complexe grammaticale regels die hen verschillende cognitieve en functionele eigenschappen geven. Elk voornaamwoord lijkt te werken met een ander gevoel voor tijd, emotie en handeling, wat wijst op een onderliggende structuur die zowel taalkundig als psychologisch is.
Deze ontdekking bracht mij ertoe de neurale basis van deze functies te onderzoeken. Ik begon te bestuderen hoe deze grammaticale patronen en voornaamwoordstructuren in de hersenen worden verwerkt en welke gebieden daarbij betrokken zijn. Uiteindelijk leidde deze zoektocht tot het identificeren van neurotransmitters die mogelijk een rol spelen in deze dynamische interacties tussen taal en cognitie.
Zo ontstond de Neurogrammind-theorie: op het snijpunt van taal, psychologie en neurowetenschap—een nieuw model om te begrijpen hoe onze geest spreekt, denkt en het zelf waarneemt via grammatica.
Enzar Sharif Salih